Over

“Zijn jullie al over?” De buurvrouw stond op haar erf. Beide zoontjes fietsten richting school. Ze had hen net uitgezwaaid en keek ze na. Ik stopte en antwoordde dat we het eerste nachtje hadden geslapen. En dat slapen was prima gelukt. Een uitgebreid gesprek met de nieuwe buurvrouw zat er overigens niet in. De honden werden ongedurig en wilden verder lopen. En de nieuwe buurvrouw had haar aandacht meer bij haar zoontjes die richting dorp fietsten. Er was dan wel niet veel verkeer, maar die auto’s die er reden, die reden hard, veel te hard. Ze keek ze ongerust na.

Het eerste nachtje kwam na een dag dozen inpakken, dozen in de auto, uit de auto en dozen stapelen. Alles wat los en vast nog in ons oude – klinkt raar na één nacht elders wonen – huis lag moest die laatste dag over. Na een frietje bij de snackbar en nog wat andere vette lekkernijen reden we voor de laatste keer van oud naar nieuw. Er wachtte mij nog wel een verrassing. Het nieuwe bed van dochterlief moest nog even in elkaar worden gezet. Een uitgebreid bouwpakket lag uitgestald voor mijn neus op de opengevouwen kartonnen verpakking. De in-elkaar-zet-handleiding ontbrak echter. Na drie sessies van opbouw en weer afbreken was het bouwsel slaapgereed. Dochter blij en dus ik ook.

Twee weken geleden waren mijn vrouw en ik uitgenodigd voor een feestje. Mijn oud-collega’s die ons bedrijf hebben gekocht, wilden dit een jaar later vieren. Op een mooie locatie aan het Grevelingenmeer met fingerfood, bbq en bier (of iets anders). Het ging over zaadvissen, mzi’s en hoe de percelen er bij stonden. Het ging ook over de belabberde prijzen van het afgelopen seizoen. Ik luisterde naar de gesprekken zoals ik in mijn huidige functie als wethouder naar dit soort gesprekken luister. Meer als geïnteresseerde buitenstaander. Ik verbaasde me over de afstand die kennelijk in het afgelopen jaar is gegroeid. Dit deel van mijn leven was over en uit, net als ons leven in ons oude huis.

Toen ik twintig was, ben ik begonnen met de bouw van ons oude huis. Twee oude arbeiderswoninkjes waarvan een van mijn moeder en een van de gemeente werden samengevoegd tot Woodstock. Waarom die naam vertel ik misschien nog wel eens. Zonder enige ervaring in de bouw ben ik eraan begonnen. Veel vragen en uitproberen. Het was één groot in-elkaar-zet-avontuur zonder dat ik een handleiding had. Toen de buitenmuren en het dak aan de beurt waren, moest er dan toch een aannemer aan te pas komen. Hij bouwde buiten en ik bouwde binnen. In de avonduren stapelde ik de stenen zodat hij de volgende dag verder kon. Zo heb ik proefondervindelijk mogen ervaren dat een tennisarm niet alleen door tennissen kan komen.

Met mijn zoon liep ik een laatste rondje door de lege kamers en gangen. Ik deed de voordeur voor de laatste keer dicht en liep naar de auto. “Ik heb het gebouwd, ik heb er geleefd en ik ga het verlaten”, zei ik bij het instappen. We reden zwijgend de straat uit.

Zonder enige ervaring ben ik ook in de politiek gerold. Met de slogan Helder en Uitdagend stond Wim Jumelet voor helder, vanwege zijn ruime ervaring, en ik stond voor uitdagend. Dankzij een heleboel voorkeurstemmen en het feit dat we een wethouder leverden, kwam ik van een zesde plaats op de lijst in een fractie van vier raadsleden. Dat was elf jaar geleden. En nu ben ik, ook weer zonder enige ervaring in het dagelijkse openbare bestuur, dus bijna een jaar wethouder. En ook hier ontbreekt een handleiding.

Samen met mijn vrouw heb ik veel gedroomd over de bouw en inrichting van ons nieuwe huis. Eerlijkheidshalve moet ik wel bekennen dat zij wel het meeste heeft gedroomd, gedacht en geregeld. Ik had een nieuwe uitdaging in het gemeentehuis en dat vroeg veel energie en aandacht. Verder had ik mij – na de laatste verbouwing in mijn oude huis – voorgenomen geen hamer of welk ander gereedschap dan ook meer aan te raken om te bouwen of te verbouwen.

Maar ik had nog wel wat speciale wensen. En dat wel opznwouts natuurlijk. Er moest een boom in huis komen. Op een centrale plek een boom die zo naar boven de nok in kan groeien. En dat kan alleen als er een ruime vide komt. Dus die moest er ook komen. Na uitgebreid speurwerk – er is gewoon niet zoveel ervaring met bomen die in een huis groeien – kwamen we uit bij een Black Olive ofwel de Bucida buceras. Die schijnt het ook goed in kantoortuinen te doen. En in Florida waar wij ze hebben gezien. Fijne blaadjes maar ondanks dat de naam anders suggereert geen olijven.

Drie weken geleden verhuisde de boom uit de kwekerij naar zijn nieuwe betonnen boombak in ons huis. Prachtig in blad. Maar na een week begonnen de eerste blaadjes te vergelen en op de tegels te vallen. Ik begon mij zorgen te maken. Zou de boom het wel redden. De kantoortuinenman verzekerde mij dat er voldoende blaadjes over bleven om de boom te laten overleven. Ik bleef toch denken aan het gezegde dat je oude bomen – deze was drie jaar, maar toch – niet moet verplanten. Althans dan is de kans dat ze het overleven niet zo groot.

Samen met mijn vrouw, met mijn gezin heb ik afscheid genomen van werk en woning om zonder handleiding aan iets nieuws te beginnen. De boom is verplant, de wortels moeten aarden en blaadjes moeten groeien. Het is nog wel zoeken wat in welke doos zit. Zeg maar een soort van Sinterklaas-afterparty.

De honden zijn het buitenleven inmiddels gewend. Al moeten ze nog wel leren samenleven met twee nieuwe huisgenootjes die het ongedierte te lijf moeten gaan. Twee jonge – we denken – katers blazen en grommen met hoge rug en stijl haar. We spelen maar scheidsrechter tussen de cats en dogs. Uiteindelijk gaat ook dit wel over.