Touwtje

Na het jubileumconcert van het Bruse Visserskoor rij ik naar huis. De brassband na de pauze heb ik moeten missen. Leven is keuzes maken en ik ben tenslotte ook nog vader. En vaders halen hun dochters op als het zaterdagavond is. Nou ja, deze keer in elk geval.

Het is rustig op de weg. De tijd verstrijkt en de schemer gaat het langzaam maar zeker verliezen van de nacht. Steeds meer sterren verschijnen in de zwartende nacht. Driedimensionale vormen vervagen in platte silhouetten. De spijkerbroeken die aan het plafond van de Grote Kerk hingen, kan ik niet meer zien. Mijn oude kennis en al zijn maten die zich vastklampen aan de blauwe pijpen zie ik ook niet meer. Ze zijn onzichtbaar geworden en in het donker verdwenen. In de nacht zie je alleen de ruimte met de sterren, de oneindigheid en de eeuwigheid. Een grenzeloze leegte die zichtbaar wordt als het blauwe dak met de wolken van de dag langzaam met de avond verdwijnt.

Eenmaal thuisgekomen in ons nieuwe onderkomen in de polder maakt kunstlicht een einde aan de duisternis. De donkere oneindigheid met zijn silhouetten is weg. Led en neon tonen herkenbare maten en kleuren. Levendigheid breekt de stilte van de nacht. Levendigheid die hoort bij ons gezin. De hoeksteen, zo leerde ik vroeger. Vader, moeder, kinderen, honden en katten. Een gezellige boel en vrolijk gedoe. Licht en leven.

Ik lees een boek over Churchill. Geschreven door Boris Johnson. Hij is duidelijk een fan van Winston. Winston is de belangrijkste man uit de wereldgeschiedenis, concludeert hij aan het einde van het boek. Ik geloof hem graag. Churchil heeft zelf mensen doodgeschoten en talloze mensen de dood ingejaagd. Het doel heiligt de middelen. Zonder zijn ingrijpen zou de wereld er heel wat rotter hebben uitgezien. Waarschijnlijk zouden dan nog meer mensen door oorlogsgeweld om het leven zijn gekomen. Een als-dan-scenario waar we nooit achter zullen komen. Ik vraag me af wat deze man zag voordat hij slapen ging. Maar ja, hij ging pas slapen om een uur of drie na behoorlijk wat alcoholica te hebben genuttigd.

Afgelopen week hebben we de levens herdacht die zijn gegeven voor onze vrijheid. Althans dat is de mooie omschrijving van het moorden en onmenselijke leed dat is geleden. Winston Churchil keek in de Eerste Wereldoorlog in de loopgraven naar de mengsels van modder, bloed en vodden. Hij bedacht de tank en het bommentapijt met als gevolg nog meer mengsels van modder, bloed en vodden.

Een paar dagen later tijdens de herdenking bij het monument van de Tien van Renesse kijk ik naar een hoogbejaarde cavalerist. Hij geeft zijn afdeling van enkele iets minder oude veteranenmakkers het commando ‘breng eregroet’. Hij is wat vroeg met zijn saluut en het duurt allemaal wat lang. Zijn hand en de rest van zijn lichaam trillen zichtbaar. Zijn ogen lijken voor de zoveelste keer dezelfde film te zien. Tijd is tijdloos geworden. Twee minuten als een fractie van de eeuwigheid. In de stilte ruist de wind door de bomen en fluiten vogels. Bij het Wilhelmus gaat de tijd weer lopen. De trillende hand gaat strak van slaap naar heup. “Plaats rust – rust”.

Tijdens de nazit raak ik in gesprek. “Mijn vader heeft nooit over de Tien verteld”.  “Ik ben opgegroeid met mijn neven die geen vader hadden”. “Het is niet niks om je broers aan een touwtje te zien spartelen”. Bij het horen van die laatste woorden schiet er een brok in mijn keel. Ik kan me goed voorstellen dat zijn vader het nooit verteld heeft. Net zoals mijn vader nooit sprak over de oorlog. Hij was ook een van de jongens die – net als de Tien – voor de Arbeidseinzatz naar Duitsland moesten.

Waar mijn generatie twee minuten stil is, zwegen onze beide vaders hun leven lang. Waar de doden zwegen, zwegen ook deze overlevenden. Gelukkig zijn vele ervaringen wel gedeeld en verteld. Gelukkig, al is het alleen maar om onze generatie die vooral druk met zichzelf is even stil te krijgen. Al was het maar voor twee minuten.

Ik schud mijn gespreksgenoot de hand en vertrek. Zwijgend rij ik terug naar de polder. Uit de radio klinkt herrie. Ik zet hem uit. Aan de horizon zie ik nog vaag de spijkerbroeken en hoe we ons vastklauwen aan het leven. Het donkerblauw ontkleurt in zwart. De sterren nemen het over van de dag. In de nacht is de oneindigheid en de eeuwigheid. In de nacht wonen de doden.

Thuis brandt het licht. De hoeksteen zit op het bankstel. Er klinkt muziek waar niet naar wordt geluisterd. Ogen en handen zijn bezig met telefoontjes. Zelf pak ik een wijntje en het boek van Churchill. Nog een paar bladzijden en dan is het uit.

Als ik mijn ogen sluit, dwalen mijn gedachten weg op pad naar de slaap waar tijd en ruimte niet bestaan. De herdenking van de Tien was indrukwekkend. Al snel val ik in slaap. Een paar uur van eeuwigheid en oneindigheid tot de volgende dag.

Ik droom van spijkerbroeken en een touwtje.