Onderwijshuisvesting: "no guts, no glory"

Opgroeiend in de bruisende stad Maastricht was ik van jongs af aan altijd gewend om alle mogelijke voorzieningen gewoon op loopafstand te hebben. Ik wist niet beter en vond dat volstrekt vanzelfsprekend. Nadat ik verhuisde naar Schouwen-Duiveland werd ik me er steeds meer van bewust dat de beschikbaarheid van alle voorzieningen helemaal niet zo vanzelfsprekend is.

Voor veel voorzieningen geldt dat het helemaal niet erg is als ze niet in op loopafstand zijn, als de bereikbaarheid en de kwaliteit maar goed zijn.  Je moet wat beter plannen en bewuster kiezen wat je wanneer en waar doet. In een plattelandsgemeente als de onze moeten we met elkaar onze voorzieningen in stand houden, dat doen we door er gebruik van te maken of ons er als vrijwilliger voor in te zetten. 

Het onderwijs is een schoolvoorbeeld van een voorziening die we op een goed niveau in stand moeten zien te houden. Immers, om ook in de toekomst een gemeente te blijven waar ouders met kinderen zich bewust vestigen is het van groot belang dat we op Schouwen-Duiveland scholen hebben waar kwalitatief goed basis- en voortgezet onderwijs wordt aangeboden. Als gemeente gaan we niet over de inhoud van het onderwijs, alle onderwijs is verzelfstandigd en staat daarmee op afstand. We hebben als gemeente wél een verantwoordelijkheid voor de huisvesting van het onderwijs. Door te zorgen voor goede, eigentijdse en aantrekkelijke onderwijshuisvesting die liefst ook multifunctioneel gebruikt kan worden kunnen we in ieder geval de randvoorwaarden scheppen voor goed en uitdagend onderwijs.

In dat kader staat er deze maand een heel belangrijk dossier op de agenda. We moeten als gemeenteraad deze maand een besluit nemen over een voorstel tot nieuwbouw van de Pontes Pieter Zeeman, de Beatrixschool en de Meie. Alle drie deze scholen hebben een huisvestingsprobleem. De Meie zit al veel te lang in een gebouw aan de Grachtweg dat kwalitatief op geen enkele manier meer voldoet aan welke kwaliteitseis dan ook. Voor de Beatrixschool geldt dat de kosten van het huidige pand aan het Jannewekken veel te hoog zijn. En het gebouw van de Pontes Pieter Zeeman is veel te groot, gedateerd  en logistiek niet optimaal met veel te hoge exploitatiekosten tot gevolg. Het voorstel dat nu aan de gemeenteraad is voorgelegd voorziet in nieuwbouw van alle drie deze scholen op één locatie. Het moet een aantrekkelijk gebouw worden dat voor deze scholen alle voorwaarden schept voor kwalitatief goed en eigentijds onderwijs. Daarnaast moet het een multifunctioneel gebouw zijn en de samenwerking tussen de drie scholen stimuleren.

Hoewel dat allemaal heel logisch klinkt, is het toch een heel moeilijk besluit. Het gaat immers over een forse investering van bijna 17 miljoen euro gemeenschapsgeld. Het is daarmee een besluit dat grote impact heeft op de bestedingsruimte van onze gemeente in de komende decennia. Een lange termijn investering, waar geen harde lange termijngaranties tegenover staan. De Pontes heeft wel een brief gestuurd waarin ze de intentie uitspreken om ook op de lange termijn de school in Zierikzee open te houden, maar een harde garantie geven ze niet. Dat kunnen ze ook niet, want het in stand houden van een school is immers vooral afhankelijk van de leerlingenaantallen. 

Het ontbreken van zo’n harde garantie zat met name de Christenunie en de SGP dwars. Zij hebben in de commissie gepleit om vooruitlopend op mogelijk grotere krimp dan we nu verwachten alvast maar in gesprek te gaan met (christelijke) scholen die nog wel groeien. Calvijn, Hoornbeek en Prins Maurits werden met name genoemd. De VVD ziet daar helemaal niets in. Meerdere scholen onder één dak huisvesten heeft naar de mening van de VVD fractie alleen zin als daar een inhoudelijke meerwaarde in zit. Als er tussen het Calvijn College, het Hoornbeek college, de Prins Maurits en de Pontes sprake zou zijn van een intrinsieke wens om samen te werken, dan zouden er al veel eerder in het traject initiatieven genomen zijn door deze scholen zelf. Daar is totaal geen sprake van dus heeft het ook geen meerwaarde om een van deze scholen bij de Pontes Pieter Zeeman in hetzelfde gebouw te huisvesten. Bovendien zou het tot onnodige vertraging leiden om nu nog een verkenning uit te gaan voeren naar de mogelijkheden voor vestiging in één gezamenlijk pand. Voor de VVD is dat onacceptabel. De Beatrixschool en de Meie wachten immers al veel te lang op geschikte huisvesting en ook voor de Pontes Pieter Zeeman is verder uitstel niet wenselijk. Mijn ervaring is dat een nieuw gebouw direct een positieve invloed heeft op het aantal aanmeldingen van nieuwe leerlingen.

We hebben helaas geen van allen een kristallen bol waarmee we de toekomst kunnen voorspellen. Bij gebrek daaraan zullen we gewoon het lef moeten hebben om nu een besluit te nemen op basis van de feiten die op tafel liggen. “No guts, no glory” zullen we maar zeggen. De VVD fractie zal dan ook vóór het raadsvoorstel stemmen en mijn verwachting is dat een brede meerderheid van de raad hetzelfde zal doen.