Weg

Als de vroege vogels mij wakker fluiten heb ik het antwoord – op de vraag naar de reden van mijn bestaan – nog steeds niet. Ik hoef niet op mijn wekker te kijken om te weten dat het echt nog veel te vroeg is om op te staan. Deze dag zal niet via de door het secretariaat geplande agenda gaan verlopen. Het is zaterdag. Ik draai me nog lekker om. Misschien dat ik tussen waak en slaap nog wel iets van een visioen krijg. Een orakel over de zin van mijn bestaan. Met het concert van de merels vertrek ik naar mijn onderbewustzijn. Het visioen en het orakel blijven echter uit. Wel ontwaak ik met pijn in mijn hoofd.

Zaterdagmorgen is het trainen in de dojo. Iedere zaterdag leggen we 128 matten in een gymzaal en ruimen ze na anderhalf uur weer op. In die anderhalf uur is het gymzaaltje van de basisschool een dojo. In die dojo beoefen ik aikido. Aikido is een martial art uit Japan. Aikido kenmerkt zich door het benutten van de energie van jezelf en je partner.

Aikido is gemaakt door Morihei Ueshiba uit verschillende vechtkunsten ongeveer halverwege de vorige eeuw. Sindsdien is het doorgegeven door zijn leerlingen en de leerlingen van deze leerlingen. O’sensei – zoals hij ook wel wordt genoemd – had als doel om deze vechtkunst van ‘peace and harmonie’ wereldwijd te verspreiden. Dit ‘zendingswerk’ gebeurde door leerlingen die naar het Westen verhuisden of via stages waarbij leraren werden ingevlogen.

Een van die doorgevers is de zen-priester Shimamoto Shihan. Ik heb een aantal stages van hem mee mogen maken. Een kleine man met de uitstraling van een toreador in de arena. Hij beweegt als een balletdanser.

“You are the center of the universe”, zegt zijn vaste verstaalster, terwijl ze probeert om zijn stortvloed van Japanse woorden bij te houden tijdens zo’n stage. Ieder individu is het centrum van het universum dat gevormd wordt door hemel en aarde.

Hemel en aarde. De aarde is een gloeiend hete bol van 12.000 kilometer doorsnee met gesmolten mineralen waarvan het buitenste laagje, als het velletje op de pas gekookte melk, net genoeg is afgekoeld om erop te kunnen leven. Alles om ons heen – dat noem ik voor het gemak maar de hemel – is een laagje lucht dat naar verhouding ongeveer net zo dik is als het vel van de skippybal.

En als alles om ons heen de hemel is, dan denk ik dat de kokende aardfrituur onder ons de hel is, de plek waar alles eeuwig brandt. Het afgekoelde velletje van de aarde is naar verhouding net als de luchtlaag ook zo dik als het plastic van de skippybal. En daar waar de dunne velletjes lucht en aarde elkaar raken leven wij als mens. Als een deeltje pindakaas tussen een dubbele boterham. De pindakaas-mens die aarde en hemel verbindt. The center of the universe.

Als centrum van het universum is het aan jou wat je op een zeker moment doet. Handelen in het moment. Je kunt alleen in het moment van nu handelen, want anders zou je te laat of te vroeg zijn. Elke handeling is een beweging van energie. Je neemt het op en je geeft het terug. Elke ademhaling, in en uit, is een heen en weer geschuif van energie. Hier denken we daarbij aan longen en een bloedvatenstelsel die je kunt zien als je een lichaam ontleedt. In Japan denken ze aan – voor mij althans – onzichtbare energiebanen die door je lijf lopen. Zij zien het lijf in combinatie met geest als een geheel dat meer is dan de som der ontlede delen.

Het handelen in het moment, zoals bij aikido, leer je door ontelbare keren dezelfde oefeningen te doen. Iedere keer weer en iedere keer proberen te ontdekken waar het beter kan. Net zolang oefenen totdat het geen oefening meer is maar een tweede – nog beter is eerste – natuur wordt. Denk maar aan lezen, schrijven of muziek maken.

Een groot deel van de aikido-oefeningen bestaat uit het weer vriend worden met de aarde. Veel mensen zijn bang geworden van de aarde. Zij strekken hun handen uit om de aarde van zich af te houden als ze bijvoorbeeld onverwachts vallen. In aikido leer je de energie van het vallen door te geven aan het opstaan. Met een soort van koppeltje duikelen of een schouderrol. Hiermee stimuleer je ook weer bepaalde energiebanen. Zou er eindeloos over kunnen schrijven, maar ik weet er gewoon te weinig van. En je moet het ook gewoon doen, net als yoga of zo iets.

Zaterdag is het dus trainen. Ik heb nog steeds hoofdpijn. We moeten aan de ‘ukemi’, ofwel valbewegingen. Voorwaarts, achterwaarts, zijwaarts en alles door elkaar. Hoofdpijn wordt erger. Meestal ben ik ‘uke’. Ook deze keer dus. Een uke is iemand die door zijn leraar gegooid wordt bij het laten zien van een oefening. Aikido doe je met z’n tweeën, waarbij de een gooit en de ander valt. Die ander ben ik dus. Door de hemel en – bam – op de aarde. Een keer of acht per voorgedane oefening. Hoofdpijn wordt er niet minder om. Na anderhalf uur sluiten we de les op traditionele wijze af. Afgroeten terwijl je op je knieën zit. Matten opruimen en naar huis.

Bij thuiskomst staat de zon in het zuiden. Buiten is het warm. Zittend in de tuinstoel overweeg ik even om stukken te gaan lezen. Die overweging laat ik voor wat het is. Nog maar even niet.

Een tuinstoel is weliswaar niet de meest ideale meditatieomgeving maar toch. Ik zet mijn voeten op de grond, hoofd achterover. Ogen dicht. Even mezelf inbeelden dat ik het center of the universe ben. Als pindakaas tussen de boterhammen hemel en aarde. Adem in, adem uit. De vogels fluiten me voor een paar minuten buiten bewustzijn.

Het blaffen van de honden maakt me even later wakker. Ook nu zijn er geen visioenen langs gekomen. En geen antwoorden. Maar de hoofdpijn, die is wel weg.